ECLI:NL:PHR:2020:19

Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2020 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Parket bij de Hoge Raad, 10 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:19, zaaknummer 19/00926, conclusie A-G Rank-Berenschot (cassatie). Kernvraag — Hebben verweerders door bevrijdende verjaring (art. 3:105 jo. 3:306 BW) een erfdienstbaarheid van weg verkregen over de steeg op het naastgelegen perceel van eiser, en is daarvoor voldaan aan het vereiste van ondubbelzinnig en onafgebroken bezit van die erfdienstbaarheid gedurende twintig jaar? Feiten — Partijen zijn buren in een woonstraat. Tussen hun percelen bevindt zich een doodlopende steeg die geheel op het perceel van eiser ligt. De achtertuin van verweerders is via een tuinpoort in de erfafscheiding bereikbaar vanuit de steeg. Bij de splitsing van het grotere oorspronkelijke perceel in 1979/1980 is weliswaar voorzien in de vestiging van een erfdienstbaarheid van weg over de steeg, maar een vestigingsakte is nooit opgemaakt. In de opvolgende leveringsakten werden andere erfdienstbaarheden van overpad vermeld die — zoals verweerders na onderzoek bleken — geen betrekking hadden op de steeg in kwestie. Sedert de kadastrale splitsing in 2009 bestaat tussen partijen een geschil over het gebruik van de steeg. Eiser heeft nimmer een rechtsvordering ingesteld tot beëindiging van het bezit; tijdelijke blokkades in 2001, 2009 en 2012 zijn niet gevolgd door een dergelijke vordering. Oordeel hof — Het hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat goede trouw bij de rechtsvoorgangers van verweerders niet is komen vast te staan, zodat…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken