Parket bij de Hoge Raad 8 november 2019 — Civiel recht
Instantie en datum — Parket bij de Hoge Raad, 8 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1151, zaaknummer 18/05115 (conclusie A-G De Bock, cassatieprocedure). Kernvraag — Kan de plaatsing van een vrijstaande scheidsmuur (tegelmuur) op zichzelf een daad van bezit opleveren ten aanzien van de onderliggende grond aan de zijde van de buurman, zodat extinctieve verjaring ex art. 3:105 lid 1 BW is voltooid? Voorts: welke omstandigheden kunnen het wettelijk vermoeden van art. 5:36 BW ontzenuwing, en geldt onderhoud van een strook grond als daad van bezit? Feiten — Eiser is eigenaar van een perceel waarvan de achtertuin grenst aan het perceel van verweerders (achterburen). In 1990 plaatsten verweerders een tegelmuur van circa 50 cm breed als erfafscheiding aan de achterzijde van hun perceel. In 2013 lieten verweerders de tegelmuur verwijderen en vervingen deze door een nieuwe houten schutting. Een kadastrale meting uit augustus 2013 wees uit dat de nieuwe schutting ter hoogte van de garage van verweerders 29 cm over de kadastrale erfgrens op het perceel van eiser stond. Eiser vorderde verplaatsing van de schutting naar de erfgrens en verklaringen voor recht dat hij door verjaring eigenaar was geworden van de grond onder de tegelmuur respectievelijk van een strook grond achter de garage van verweerders. Verweerders vorderden in reconventie dat eiser de helft van de kosten van de nieuwe schutting (€ 1.955,96) zou voldoen op grond van art. 5:49 BW. Oordeel hof — Het gerechtshof Den Haag oordeel…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken