Parket bij de Hoge Raad 21 mei 1999 — Civiel recht
Instantie en datum — Parket bij de Hoge Raad, 21 mei 1999, ECLI:NL:PHR:1999:8, zaaknummer C98/070 HR (conclusie A-G Hartkamp). Kernvraag — Heeft het hof miskend dat art. 6:234 lid 1 onder b BW (deponering ter griffie en aanbod tot toezending op verzoek) slechts als alternatief voor terhandstelling geldt indien terhandstelling redelijkerwijs niet mogelijk is, en kon het hof op grond van de door hem genoemde bijzondere omstandigheden oordelen dat desondanks een redelijke mogelijkheid tot kennisneming was geboden? Feiten — Het constructiebedrijf heeft in augustus 1993 een staalconstructie vervaardigd en geplaatst voor de aannemer. De offerte vermeldde dat de Metaalunievoorwaarden van toepassing zijn, dat deze zijn gedeponeerd ter griffie van de Rechtbank Rotterdam en op verzoek worden toegezonden. Partijen hadden eerder met regelmaat zaken gedaan, waarbij het constructiebedrijf steeds naar dezelfde voorwaarden verwees. Bij het inkorten van twee te lange balken — waarbij een snijbrander werd gebruikt terwijl de rieten kap reeds was aangebracht — brak brand uit. De CAR-verzekeraar van de aannemer weigerde dekking. Het constructiebedrijf beriep zich op de aansprakelijkheidsuitsluiting in zijn algemene voorwaarden. Het hof Arnhem aanvaardde dit beroep en oordeelde dat deponering en het aanbod tot toezending op verzoek, gelet op vijf door het hof opgesomde omstandigheden, als een voldoende geboden mogelijkheid tot kennisneming moeten worden beschouwd. Oordeel hof — Het hof oordeelde…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken