Hoge Raad 2023-06-09 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 9 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:885, zaaknummer 21/04416, cassatie. Kernvraag — Wanneer is sprake van een gepersonaliseerde aanbeveling door een niet-vergunninghoudende tussenpersoon in de zin van de Dexia-rechtspraak, en heeft het hof dit criterium correct toegepast op de stellingen van de afnemer? Feiten — De Afnemer heeft in 2000 drie effectenleaseovereenkomsten gesloten met een rechtsvoorganger van Dexia, via tussenpersoon Spaar Select. Spaar Select beschikte niet over de voor beleggingsadvieswerkzaamheden vereiste vergunning. De overeenkomsten zijn in 2006 geëindigd met een positief saldo van € 1.062,09; de totale inleg bedroeg € 21.781,60 en het fiscaal voordeel € 1.180,--. De Afnemer heeft tijdig een opt-outverklaring ingediend en is derhalve niet gebonden aan de WCAM-regeling. Oordeel hof — Het hof wees de vorderingen van De Afnemer af, oordelend dat hij onvoldoende had gesteld om te kunnen concluderen dat Spaar Select zodanig had geadviseerd dat zij buiten haar vrijstelling van de vergunningplicht was getreden. Naar het oordeel van het hof was ook indien de stellingen van De Afnemer als juist werden aangenomen geen sprake van een op zijn situatie toegesneden advies. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde De Afnemer tot terugbetaling van al hetgeen hij op grond van dat vonnis van Dexia had ontvangen. Overwegingen — De Hoge Raad herhaalt en verduidelijkt in r.o. 3.2.1–3.2.3 de vaste rechtspraak over het gevolg…