Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2025-02-11 — Civiel recht
Instantie en datum — Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 februari 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:689, zaaknummer 200.328.968, hoger beroep. Kernvraag — Heeft de tussenpersoon (SpaarAdvies) de afnemer vergunningplichtig geadviseerd bij de totstandkoming van de effectenleaseovereenkomst, en wist Dexia dit dan wel behoorde zij dit te weten, zodat haar vergoedingsplicht volledig in stand blijft? Feiten — De afnemer heeft via tussenpersoon SpaarAdvies een effectenleaseovereenkomst met Dexia gesloten. SpaarAdvies beschikte niet over de vergunning als bedoeld in art. 7 lid 1 Wte (oud) om als effectenbemiddelaar diensten aan te bieden. De afnemer stelt dat SpaarAdvies zijn financiële situatie en doelen in kaart heeft gebracht en hem vervolgens heeft geadviseerd een specifiek effectenleaseproduct van Dexia af te nemen. De kantonrechter verklaarde voor recht dat Dexia niets meer aan de afnemer verschuldigd is, maar slechts nadat zij een door haar verschuldigde schadevergoeding had uitbetaald; de overige vorderingen van Dexia werden afgewezen. Dexia stelde hoger beroep in. Overwegingen — Het hof beoordeelt de grieven van Dexia gezamenlijk en stelt voorop dat SpaarAdvies als effectenbemiddelaar in de zin van art. 1b onder 1 Wte (oud) heeft opgetreden. Dat een medewerker van SpaarAdvies tevens de neef van de afnemer was, maakt het optreden niet minder bedrijfsmatig (r.o. 3.2). Het juridisch kader (r.o. 3.4–3.6) wordt ontleend aan HR 10 juni 2022 (ECLI:NL:HR:2022:862) en HR 9 juni 2023 (ECLI:NL:H…