ECLI:NL:GHARL:2025:684

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2025-02-11 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 februari 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:684, zaaknummer 200.327.303, hoger beroep. Kernvraag — Of de tussenpersoon (Financieel Adviesburo Boot B.V.) vergunningplichtig beleggingsadvies heeft gegeven aan de afnemer bij de totstandkoming van de effectenleaseovereenkomst, en of Dexia dat wist of behoorde te weten, zodat Dexia op grond van art. 41 Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999 de volledige schade van de afnemer dient te vergoeden. Feiten — De afnemer heeft via tussenpersoon Financieel Adviesburo Boot B.V. een effectenleaseovereenkomst gesloten met Dexia. De tussenpersoon trad op als cliëntenremisier in de zin van de Wte (oud) maar beschikte niet over een vergunning als bedoeld in art. 7 lid 1 Wte (oud). De afnemer stelt dat de tussenpersoon hem na bespreking van zijn financiële situatie en doelen een specifiek effectenleaseproduct heeft aanbevolen als geschikt voor zijn situatie, en dat hij op dat advies heeft vertrouwd. De kantonrechter oordeelde dat Dexia onrechtmatig had gehandeld en de schade volledig voor haar rekening komt, en wees de eigen vordering van Dexia (verklaring voor recht dat zij niets meer verschuldigd is) grotendeels af. Dexia stelde hoger beroep in. Overwegingen — Het hof behandelt achtereenvolgens verjaring, de gebruikelijke werkwijze van tussenpersonen, de advisering in het concrete geval en de wetenschap bij Dexia. Verjaring (r.o. 3.1): het verjaringsverweer van Dexia slaagt niet. De afnemer…