Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2025-02-11 — Civiel recht
Instantie en datum — Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 februari 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:686, zaaknummer 200.327.331, hoger beroep. Kernvraag — Is de vordering van de afnemer verjaard, en zo nee: heeft de tussenpersoon (A-Z Adviesgroep B.V.) de afnemer vergunningplichtig geadviseerd bij het aangaan van een effectenleaseovereenkomst met Dexia, en wist Dexia dat of behoorde zij dat te weten, met als gevolg dat Dexia de volledige schade van de afnemer moet vergoeden? Feiten — De afnemer heeft via tussenpersoon A-Z Adviesgroep B.V. een effectenleaseovereenkomst gesloten met Dexia. De tussenpersoon trad op als effectenbemiddelaar in de zin van art. 1b onder 1 Wte (oud) maar beschikte niet over een vergunning als bedoeld in art. 7 lid 1 Wte (oud). Dexia vorderde in eerste aanleg een verklaring voor recht dat zij aan al haar verplichtingen had voldaan en niets meer aan de afnemer verschuldigd was. De kantonrechter verklaarde voor recht dat Dexia niets meer verschuldigd is nadat een bepaalde schadevergoeding is betaald. Dexia stelde hoger beroep in. Overwegingen — Het hof behandelt achtereenvolgens de verjaring, de vraag of vergunningplichtig is geadviseerd en de wetenschap van Dexia. Wat betreft verjaring (r.o. 3.1): de afnemer heeft vóór beëindiging van de overeenkomst een sommatiebrief gestuurd, zich beroepen op art. 6:162 BW en alle rechten voorbehouden. Daarna heeft hij tijdig een opt-out-verklaring gezonden en zijn meerdere stuitingsbrieven verzonden. Het hof oordeelt dat deze…