Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2025-02-11 — Civiel recht
Instantie en datum — Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 februari 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:687, zaaknummer 200.328.740, hoger beroep. Kernvraag — Heeft de tussenpersoon (Finplan B&K B.V.) de afnemer vergunningplichtig geadviseerd bij het sluiten van een effectenleaseovereenkomst met Dexia, en wist Dexia dat of behoorde zij dat te weten, zodat de volledige vergoedingsplicht van Dexia in stand blijft? Feiten — Tussen Dexia en de afnemer zijn drie effectenleaseovereenkomsten tot stand gekomen via tussenpersoon Finplan B&K B.V. De tussenpersoon trad op als effectenbemiddelaar in de zin van art. 1b onder 1 Wte (oud), maar beschikte niet over een vergunning als bedoeld in art. 7 lid 1 Wte (oud). De afnemer heeft gesteld dat de tussenpersoon met hem persoonlijke gesprekken heeft gevoerd, zijn financiële situatie en doelstellingen in kaart heeft gebracht, en hem vervolgens een specifiek effectenleaseproduct van Dexia heeft aangeraden als passend voor zijn situatie. Twee van de drie overeenkomsten zijn geëindigd met een positief resultaat en waren tussen partijen nooit onderwerp van geschil. De kantonrechter oordeelde dat Dexia onrechtmatig had gehandeld en dat de schade volledig voor haar rekening komt. Overwegingen — Ten aanzien van de twee overeenkomsten met een positief resultaat (r.o. 3.1) oordeelt het hof dat Dexia geen belang heeft bij haar gevorderde verklaring voor recht: er was nooit een geschil over die overeenkomsten en de afnemer heeft geen vordering in verband daarmee ing…