ECLI:NL:HR:2022:853

Hoge Raad 2022-06-10 — Civiel recht; Burgerlijk procesrecht Civiel recht; Verbintenissenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853, zaaknummer 17/05973, cassatie. Kernvraag — Of de klachten van eiseres tegen de arresten van het gerechtshof 's-Hertogenbosch tot vernietiging kunnen leiden. Voorts: of de cassatieadvocaat van eiseres op de voet van art. 245 lid 1 Rv persoonlijk in de proceskosten kan worden veroordeeld. Feiten — Eiseres heeft cassatieberoep ingesteld tegen arresten van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 13 december 2016 en 19 september 2017. Eiseres is hangende de cassatieprocedure opgehouden te bestaan ingevolge art. 2:19 lid 6 BW jo. art. 193 lid 1 Fw. De cassatieadvocaat van eiseres verzette zich desondanks tegen doorhaling van de cassatieprocedure, waardoor de curator tot voortprocederen werd gedwongen. Oordeel hof — De Hoge Raad verwijst voor het oordeel van het gerechtshof naar de arresten van 13 december 2016 en 19 september 2017; de inhoud daarvan wordt in dit arrest niet weergegeven. Overwegingen — De Hoge Raad verwerpt alle klachten via art. 81 lid 1 RO (r.o. 2.1): de klachten kunnen niet leiden tot vernietiging en beantwoording van rechtsvragen voor de eenheid of ontwikkeling van het recht is niet nodig. Ten aanzien van de vordering tot persoonlijke veroordeling van de cassatieadvocaat (r.o. 2.2): de curator had bepleit de cassatieadvocaat van eiseres op grond van art. 245 lid 1 Rv in de kosten te veroordelen, omdat deze zich tegen doorhaling verzette terwijl eiseres had opgehouden te bestaan. De Hoge Raad oordee…