Hoge Raad 20 mei 2022 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:719, zaaknummer 20/02478, cassatie. Kernvraag — Onder welke voorwaarden is een bewaargever op grond van art. 7:601 lid 3 BW aansprakelijk jegens de bewaarnemer voor schade die is veroorzaakt door de bewaarde zaak, in het bijzonder indien de bewaarnemer zelf ook tekortschoot in zijn zorgplicht? Voorts: wanneer is een vennootschap als 'grote wederpartij' in de zin van art. 6:235 lid 1, aanhef en onder a, BW aan te merken, zodat zij zich niet op vernietiging van niet ter hand gestelde algemene voorwaarden kan beroepen? Feiten — Op 7 maart 2004 brak brand uit in een silo van bewaarnemer EBS, waarin houtpellets (white pellets en bark pellets) waren opgeslagen die Peterson ABL namens Essent in bewaring had gegeven. De brand ontstond door broei in de pellets, mede veroorzaakt door vocht dat de silo binnenkwam via een niet-waterdicht dak en door regen bij laden en lossen. EBS beschikte niet over temperatuurmeetapparatuur; Peterson ABL had EBS niet geïnformeerd over een KEMA-rapport waarin de gevaren van schors (bark) bij biomassaopslag worden beschreven en opslag van schors zelfs wordt ontraden. Partijen vorderden over en weer schadevergoeding. Het hof verdeelde de schade op basis van vier factoren (vocht, duur opslag, samenstelling pellets, ontbreken temperatuurmetingen) en stelde de aansprakelijkheid van Peterson ABL op 1/3, die van EBS op 2/3. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat Peterson ABL op grond van art. 7:601 lid…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken