Hoge Raad 30 september 2022 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 30 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1344, zaaknummer 22/00232, prejudiciële beslissing. Kernvraag — Gelden de vereisten van art. 3:84 BW, in het bijzonder het vereiste van een geldige titel, voor de overgang van fosfaatrechten in de zin van de Meststoffenwet, en welke betekenis komt toe aan de registratie als bedoeld in art. 27 Mw? Feiten — Verzoeker verhuurde 500 kg fosfaatrechten aan gefailleerden op basis van een huurkoopovereenkomst; eind maart 2019 zijn de rechten op naam van gefailleerden geregistreerd bij de RVO. Nadat gefailleerden in financiële moeilijkheden raakten, vroegen zij in juni 2020 — met instemming van verzoeker — overschrijving naar een derde aan. Voordat die overschrijving werd afgerond, legde schuldeiser Berg Fourage conservatoir derdenbeslag op de bij de RVO op naam van gefailleerden geregistreerde fosfaatrechten. In januari 2021 werd gefailleerden failliet verklaard. Verzoeker vordert een verklaring voor recht dat de fosfaatrechten tot zijn vermogen behoren; de curator vordert het tegenovergestelde en stelt dat registratie bij de RVO bepalend is. Overwegingen — De Hoge Raad stelt vast dat fosfaatrechten publiekrechtelijke productierechten zijn (art. 1 lid 1, onder za en aa, Mw) en dat titel 4 Mw (art. 25–31 Mw) de overgang daarvan regelt (r.o. 3.3). Art. 25 Mw bepaalt dat een productierecht onder welke titel dan ook kan overgaan naar een ander bedrijf. Art. 27 lid 2 Mw bepaalt dat de verkrijger met ingang van het tijdsti…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken