ECLI:NL:HR:2017:939

Hoge Raad 19 mei 2017 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:939, zaaknummer 16/01432, cassatie. Kernvraag — Kan de rechter partijen niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen tot verdeling van een beneficiair aanvaarde nalatenschap op de enkele grond dat de vereffening nog niet is voltooid, zonder te onderzoeken of desondanks op een met de belangen van schuldeisers verenigbare wijze kan worden beslist? Feiten — De moeder van drie erfgenamen (eiser, verweerder en een derde) overleed op 4 januari 2005. Eiser en de derde hebben de nalatenschap beneficiair aanvaard; verweerder heeft zuiver aanvaard. In de procedure over de verdeling van de nalatenschap heeft het hof Arnhem-Leeuwarden partijen ambtshalve niet-ontvankelijk verklaard in al hun vorderingen tot verdeling, omdat de vereffening — waartoe op grond van art. 4:202 lid 1 onder a jo. art. 4:195 lid 1 BW alle erfgenamen verplicht waren — niet was voltooid. Het hof zag geen aanleiding de zaak aan te houden of te beslissen onder opschortende voorwaarde van voltooiing van de vereffening. Oordeel hof — Het hof overwoog ambtshalve dat art. 4:222 BW gedurende de vereffening de toepasselijkheid van titel 3.7 BW beperkt, zodat een deelgenoot in die periode niet op grond van art. 3:185 BW verdeling kan vorderen. Nu de vereffening niet was voltooid en partijen niet hadden aangegeven deze op korte termijn te willen afronden, verklaarde het hof alle partijen niet-ontvankelijk in hun verdelingsvorderingen en wees het ook de mogelijk…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken