Hoge Raad 17 mei 2013 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 17 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3643, zaaknummer 12/00480, cassatie. Kernvraag — Behoort het inroepen van vermindering van een begunstiging bij sommenverzekering (quasi-legaat) tot de taak van de executeur respectievelijk vereffenaar? En konden eisers als legataris en schuldeiser de verminderingsverplichting zelf inroepen? Feiten — De erflater overleed in augustus 2004 en had verweerster tot enige erfgenaam en executeur benoemd; aan zijn kinderen (eisers) had hij geldlegaten nagelaten. Op een door de erflater gesloten sommenverzekering stond als begunstiging bij overlijden "ten gunste van de erfgenamen van de verzekerde" vermeld; de verzekeraar keerde het verzekerde bedrag uit aan verweerster. Verweerster aanvaardde de nalatenschap beneficiair, waardoor haar hoedanigheid als executeur overging in die van vereffenaar. Eisers hebben een door de rechtbank vastgestelde vordering op de nalatenschap van € 35.853,17, te vermeerderen met 10% rente per jaar vanaf 1980, maar verweerster voldeed deze vordering niet. De rechtbank Utrecht benoemde later een externe vereffenaar omdat de schulden vermoedelijk de baten overtreffen. Oordeel hof — Het hof kwalificeerde de uitkering als begunstiging in de zin van art. 4:126 lid 2, aanhef en onder b, BW. De vordering tot vergoeding van de waarde van de uitkering aan de nalatenschap wees het hof af omdat de vervaltermijn van art. 4:127 BW (drie jaar na ontvangst in maart 2005) was verstreken en eisers zich niet ber…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken