Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 november 2022 — Civiel recht
Instantie en datum — Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 1 november 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:9389, zaaknummer 200.308.597/01, hoger beroep. Kernvraag — Kan een erfgenaam verdeling van een beneficiair aanvaarde nalatenschap vorderen terwijl de vereffening nog niet is voltooid, en zo ja, onder welke voorwaarden? Daarnaast: kan een vordering tot vaststelling van het aandeel in de nalatenschap ex art. 4:223 lid 2 BW worden toegewezen zonder inzicht in de schulden van de nalatenschap? Feiten — Na het overlijden van zijn vader (2007) en moeder (2020) vorderde de erflater verdeling van de nalatenschappen van zijn ouders, althans vaststelling van zijn legitieme portie in de nalatenschap van moeder, dan wel inkorting van schenkingen op grond van art. 4:89 BW. De erflater had de nalatenschap van moeder beneficiair aanvaard; door die beneficiaire aanvaarding zijn alle erfgenamen van rechtswege vereffenaar (art. 4:195 lid 1 BW). Geïntimeerden (de broers/zus van de erflater) zijn noch in eerste aanleg noch in hoger beroep verschenen; in beide instanties is verstek verleend. De erflater overleed in 2021; zijn echtgenote (appellante) zette de procedure als enig erfgename voort. De rechtbank wees de vorderingen af. Overwegingen — Art. 4:202 lid 1 aanhef en onder a BW verplicht tot vereffening volgens afdeling 4.6.3 BW wanneer een nalatenschap door een of meer erfgenamen beneficiair is aanvaard, tenzij een bevoegde executeur kan aantonen dat de goederen ruimschoots toereikend zijn (r.o. 4.4). De…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken