Hoge Raad 9 december 2016 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 9 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2824, zaaknummer 15/02074, cassatie. Kernvraag — Kan een houten vlonder (terras) op of nabij maaiveldniveau worden aangemerkt als een 'balkon of soortgelijk werk' in de zin van art. 5:50 lid 1 BWC, en wanneer verzet art. 5:50 lid 2 BWC zich tegen de kwalificatie van een dergelijk werk als ontoelaatbaar uitzichtpunt? Feiten — Verzoeker is eigenaar van een appartement in het complex 'Beau Rivage' op Curaçao, met een houten vlonder als terras grenzend aan het perceel van CRED, waarop het complex 'The Strand' is gebouwd. CRED heeft met vergunning een scheidsmuur van 2,40 meter opgetrokken op de perceelsgrens. Het gerecht in eerste aanleg oordeelde dat de muur onrechtmatige hinder veroorzaakte wegens belemmering van windtoevoer (art. 5:37 BWC) en beval verlaging tot 1,50 meter. CRED voerde de verlaging uit, maar het Gemeenschappelijk Hof wees de vordering van verzoeker in hoger beroep alsnog af op grond van art. 5:50 BWC: de vlonder was een 'werk' in de zin van dat artikel en na verlaging van de muur was de privacy van bewoners van 'The Strand' onvoldoende beschermd tegen inkijk. Oordeel hof — Het Gemeenschappelijk Hof kwalificeerde de houten vlonder als een 'werk' in de zin van art. 5:50 lid 1 BWC en oordeelde dat na verlaging van de scheidsmuur tot 1,50 meter de privacy van aangrenzende bewoners onvoldoende was gewaarborgd. Op die grond wees het hof de vordering van verzoeker af. Het vonnis van het gerecht kon daa…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken