Rechtbank Overijssel 2021-06-22 — Civiel recht
Instantie en datum — Rechtbank Overijssel (kantonrechter Enschede), 22 juni 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:2548, zaaknummer 7523670\CV EXPL 19-789; prejudiciële verwijzing ex art. 392 Rv. Kernvraag — Onder welke voorwaarden kwalificeert het optreden van een cliëntenremisier bij de totstandkoming van een effectenlease-overeenkomst als (a) een vergunningplichtig financieel advies en/of (b) het ontvangen en doorgeven van een order in de zin van art. 1 Wte 1995, en wat zijn de gevolgen van schending van art. 41 NR 1999 door Dexia voor de verdeling van schade op grond van art. 6:101 BW? Feiten — Gedaagde heeft op 12 februari 1999 via tussenpersoon [Adviesgroep] een effectenlease-overeenkomst "Capital Effect" gesloten met (de rechtsvoorganger van) Dexia. Een medewerker van de tussenpersoon bezocht gedaagde meerdere keren thuis, informeerde naar diens financiële wensen (vermogensopbouw), adviseerde het product en onderbouwde zijn aanbeveling met positieve rekenvoorbeelden op een kladblaadje, zonder de risico's te benoemen. Dexia zond gedaagde op 6 februari 2006 een eindafrekening met een negatief saldo van € 3.384,29. Gedaagde betaalde in totaal € 6.270,85 aan maandtermijnen en € 3.384,29 aan restschuld; hij ontving € 863,11 aan dividenden. Overwegingen — De rechtbank stelt vast dat Dexia en gedaagde het oneens zijn over de relevante feiten bij de totstandkoming van de overeenkomst en dat gedaagde in beginsel moet bewijzen dat grond bestaat voor de billijkheidscorrectie van art. 6:101 BW…