Hoge Raad 8 januari 1982 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 8 januari 1982, ECLI:NL:HR:1982:AG4313, zaaknummer 5738, cassatie. Kernvraag — Voldoet een huuropzegging wegens renovatieplannen aan het vereiste van art. 1623 lid 4 BW (oud) indien daarin niet uitdrukkelijk de wettelijke opzeggingsgrond "dringend eigen gebruik" wordt genoemd? En valt renovatiegebruik door een verhuurder onder "dringend eigen gebruik" in de zin van art. 1623 lid 1 onder 3° BW (oud)? Daarnaast: kan een beschikking tot beëindiging van de huurovereenkomst uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard ondanks de wettelijke bescherming van art. 1623 lid 1 BW (oud)? Feiten — Een woningstichting zegde de huur op aan een echtpaar voor hun woning aan de a-straat 1, die deel uitmaakte van een complex van 81 woningen dat in het kader van een renovatieplan werd aangepakt. In het opzeggingsexploit werden de renovatieplannen en de vorderingen daarin beschreven, zonder dat de wettelijke term "dringend eigen gebruik" werd gebezigd. Het echtpaar weigerde als enige van de 186 betrokken huurders medewerking te verlenen. De Kantonrechter bepaalde het einde van de huurovereenkomst op 31 december 1980; de Rechtbank Almelo vernietigde die beschikking en bepaalde in hoger beroep het einde op 31 maart 1981, verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, en oordeelde dat een gerenoveerde wisselwoning beschikbaar was. Oordeel hof — De Rechtbank Almelo oordeelde dat een opzegging voldoet aan art. 1623 lid 4 BW (oud) indien de daarin genoemde feiten en o…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken