Hoge Raad 15 november 1957 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 15 november 1957, ECLI:NL:HR:1957:AG2023, zaaknummer 9097, cassatie. Kernvraag — Kan een beroep op dwaling in de zelfstandigheid van de zaak bij wijze van verweer worden gedaan (zonder zelfstandige vernietigingsvordering), en geldt als voorwaarde voor het slagen van dat beroep dat de dwaling verschoonbaar was? Feiten — Eiser verkocht aan verweerder een partij onderdelen, materialen, gereedschappen, tekeningen en octrooien voor de fabricage van rijwielhulpmotoren, alsmede circa 97 gereedgekomen motoren, voor een koopsom van ƒ 110.000,-. Tijdens de voorafgaande onderhandelingen deelde eiser mede dat de kostprijs per motor na berekening tezamen met een derde op ƒ 135,- per stuk was vastgesteld. Verweerder verhoogde na die mededeling zijn aanvankelijke bod van ƒ 100.000,- naar ƒ 110.000,-. Nadat de koop was gesloten, bleek de werkelijke kostprijs aanmerkelijk hoger te liggen; een opgegeven informatie-adres (Mechanica te Delft) bevestigde dat de kostprijs ook bij grote kwanta niet onder ƒ 230,- per stuk kon worden gebracht. Eiser vorderde ontbinding en schadevergoeding wegens wanprestatie; verweerder beriep zich in hoger beroep onder meer op dwaling in de zelfstandigheid van de zaak. Oordeel hof — Het Hof Amsterdam verwierp de overige verweren (wanprestatie eiser, bedrog) maar achtte het dwalingsverweeer gegrond. Het stelde vast dat de kostprijs van doorslaggevende betekenis was voor de waarde van de outillage en de daarvoor te betalen prijs, dat v…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken