ECLI:NL:GHSHE:2018:805

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20 februari 2018 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20 februari 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:805, zaaknummer 200.165.219/01, hoger beroep. Kernvraag — Dienen geïntimeerden de greppel behoorlijk te onderhouden en de schutting en/of coniferen te verwijderen, en dient het recht van weg op het perceel van appellanten te worden opgeheven? Feiten — Partijen zijn buren en hebben op 4 december 2009 een overeenkomst gesloten, gevolgd door een notariële akte van 7 mei 2010, die onder meer verplichtingen bevat ten aanzien van het onderhoud van een greppel op het perceel van geïntimeerden en beperkingen stelt aan de aanwezigheid van beplanting. Tevens is ten gunste van geïntimeerden een recht van weg gevestigd op het perceel van appellanten. In het tussenarrest van 27 december 2016 heeft het hof een gerechtelijke plaatsopneming gelast; op 31 maart 2017 heeft die plaatsopneming plaatsgevonden, gevolgd door een comparitie van partijen waarbij geen minnelijke regeling is bereikt. Overwegingen — Ten aanzien van de subsidiaire vordering tot verwijdering van de coniferen (r.o. 7.3) stelt het hof vast dat de coniferen inmiddels duidelijk het karakter van een heg hebben verkregen en als zodanig ter plaatse toelaatbaar zijn, mits de hoogte twee meter niet overschrijdt. De heg bleek bij meting 235 cm hoog. Het hof acht dit echter geen grond voor verwijdering: geïntimeerden snoeit de heg kennelijk al, en de verplichting om de heg tot twee meter terug te snoeien en gesnoeid te houden blijft op hem ruste…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken