ECLI:NL:GHSHE:2011:BU9734

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27 december 2011 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 27 december 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BU9734, zaaknummer HD 200.072.309, hoger beroep. Kernvraag — In hoeverre maakt de bebouwde situatie op het naburige erf dat de hoogte van een scheidsmuur ex art. 5:49 lid 1 BW vanaf een hoger punt dan het maaiveld moet worden gemeten? Voorts: is er sprake van verboden uitzicht in de zin van art. 5:50 lid 1 BW vanaf het balkon en het terras van de buren, en kan uitzicht dat niet in strijd is met art. 5:50 BW desondanks onrechtmatig zijn wegens schending van privacy? Feiten — [A.] is eigenaar van een perceel met woning te [vestigingsplaats]. [B.] heeft het direct aangrenzende noordelijk perceel in eigendom verkregen en daarop een appartementencomplex gebouwd. [C.] heeft een appartement verkregen aan de oostzijde van het complex (direct noordelijk van de tuin van [A.]), [E.] een appartement aan de westzijde (direct noordelijk van de woning van [A.]). Het balkon van [E.] bevindt zich binnen twee meter van de erfgrens met [A.] en geeft uitzicht op zijn erf, in het bijzonder op twee slaapkamers. Het terras van [C.] bevindt zich op meer dan twee meter van de erfgrens. De rechtbank wees alle vorderingen van [A.] af. Overwegingen — Over de vordering tot vergoeding van kosten voor een scheidsmuur (grief I, eerste onderdeel, r.o. 4.3.3): uit de door [A.] aangehaalde correspondentie volgt niet dat [B.] de scheidsmuur heeft afgebroken, en [A.] heeft zijn stelling ook niet anderszins geconcretiseerd, z…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken