ECLI:NL:GHARN:2012:575

Gerechtshof Arnhem 6 maart 2012 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Gerechtshof Arnhem, 6 maart 2012, ECLI:NL:GHARN:2012:575, zaaknummer 200.092.787, hoger beroep. Kernvraag — Is een beneficiaire erfgenaam/vereffenaar op grond van art. 4:184 lid 2 aanhef en onder d BW persoonlijk aansprakelijk voor een schuld van de nalatenschap, wanneer hij niet met bekwame spoed een boedelbeschrijving heeft opgemaakt? Feiten — PSA beschikte over een vonnis van de rechtbank Arnhem uit 1995 waarbij [B] was veroordeeld tot betaling van fl 41.317,25. [B] betaalde — op € 1.000,- na — niets en overleed in 2010. Zijn erfgenaam [geïntimeerde] aanvaardde de nalatenschap op 25 maart 2010 beneficiair. PSA sommeerde [geïntimeerde] tussen 22 februari 2010 en 1 juli 2010 acht maal, waarbij in de brief van 12 mei 2010 ook zijn verplichtingen als vereffenaar uitdrukkelijk werden benoemd. Eerst bij brief van 14 februari 2011 — na dagvaarding — stuurde [geïntimeerdes] advocaat een onderhandse boedelbeschrijving aan de rechtbank. Uit die beschrijving bleek dat de nalatenschap voor € 34.788,41 uit schulden en voor € 0,24 uit baten bestond. De rechtbank wees de vordering van PSA af. Overwegingen — Het hof stelt in r.o. 4.4 vast dat [geïntimeerde] als vereffenaar ingevolge art. 4:211 lid 3 BW verplicht was met bekwame spoed een onderhandse of notariële boedelbeschrijving op te maken met een voorlopige staat van schulden. In r.o. 4.5 oordeelt het hof dat het toesturen van de boedelbeschrijving pas na dagvaarding niet in overeenstemming is met die bekwame spo…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken