Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2024-10-29 — Civiel recht
Instantie en datum — Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (locatie Leeuwarden), 29 oktober 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:6664, zaaknummer 200.330.112/01, hoger beroep. Kernvraag — Is de vordering van de afnemer op Dexia verjaard, en zo niet: heeft tussenpersoon Spaar Select de afnemer geadviseerd zonder de daarvoor vereiste vergunning, en wist Dexia dat of behoorde zij dat te weten, zodat haar volledige vergoedingsplicht in stand blijft? Feiten — Tussen Dexia en de afnemer zijn twee effectenleaseovereenkomsten tot stand gekomen via tussenpersoon Spaar Select, die als cliëntenremisier optrad. Spaar Select beschikte niet over een vergunning als bedoeld in art. 7 lid 1 Wte (oud), maar kon aanspraak maken op de generieke vrijstelling van art. 12 lid 1 Vrijstellingsregeling Wte (oud). Na beëindiging van de overeenkomsten leed de afnemer verlies. Dexia vorderde een verklaring voor recht dat zij niets meer aan de afnemer verschuldigd is; de kantonrechter wees die vordering af. Overwegingen — Verjaring (r.o. 3.2–3.4) De verjaringstermijn van vijf jaar ex art. 3:310 lid 1 BW begon te lopen op of kort na de datum van de eindafrekening. De afnemer heeft de verjaring tijdig gestuit door achtereenvolgens een sommatiebrief met beroep op art. 6:162 BW, een opt-out-verklaring en herhaalde stuitingsbrieven in onder meer 2005, 2009, 2012, 2015, 2016, 2017, 2019 en 2021 te versturen. Een stuitingsbrief hoeft de vordering niet nauwkeurig te omschrijven met aanwijzing van de juridische grondslag; voldoende…