Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 september 2024 — Civiel recht
Instantie en datum — Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 september 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:5840, zaaknummer 200.334.161/01, hoger beroep. Kernvraag — Kan appellante worden ontvangen in haar hoger beroep, nu zij niet alle erfgenamen van erflater in de procedure heeft betrokken, terwijl de vordering betrekking heeft op een processueel ondeelbare rechtsverhouding? Feiten — Erflater is in 2019 in gemeenschap van goederen gehuwd met [naam2] overleden. Uit zijn huwelijk met [naam2] en een eerder huwelijk had erflater in totaal zes kinderen, van wie [geïntimeerde] en [appellante] er twee zijn. Bij testament van 5 april 1989 benoemde erflater alle zes kinderen en [naam2] tot erfgenamen en deelde hij alle activa toe aan [naam2], onder de verplichting de schulden te voldoen en aan ieder der overige erfgenamen een overbedelingsvordering schuldig te erkennen. [naam2] is in 2021 gedurende de procedure in eerste aanleg overleden; de procedure werd daarna op haar naam voortgezet. De rechtbank veroordeelde [naam2] bij vonnis van 19 juli 2023 tot uitkering van € 3.364,74 aan [geïntimeerde], vermeerderd met 1/14e deel van de banksaldi per overlijdensdatum van erflater en wettelijke rente. [appellante] is als betrokkene opgeroepen en komt van dit vonnis in hoger beroep. Overwegingen — Het hof oordeelt in r.o. 3.2 dat de vorderingen betrekking hebben op een processueel ondeelbare rechtsverhouding, omdat het rechtens noodzakelijk is dat een beslissing over de verdeling van de nalatenschap voor al…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken