Hoge Raad 2017-03-10 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:411, zaaknummer 15/04414, cassatie. Kernvraag — Kan de rechter in hoger beroep een beslissing geven over de boedelbeschrijving en verdeling van een nalatenschap als niet alle deelgenoten in die nalatenschap in het hoger beroep zijn betrokken? En welke gevolgen heeft dit voor de in HR 21 november 1952 aanvaarde regel dat een rechtsmiddel van één partij mede werking heeft voor haar procesgenoten bij een processueel ondeelbare rechtsverhouding? Feiten — Erflaatster overleed op 16 januari 2005. Zij benoemde tot erfgenamen haar twee dochters ([betrokkene 2] en eiseres), ieder voor een derde deel, en haar partner (verweerder) en huisvriend ([betrokkene 3]), ieder voor een zesde deel. Tot de nalatenschap behoorde een onverdeeld half aandeel in een woonhuis. Eiseres vorderde in eerste aanleg vaststelling van de boedelbeschrijving en verdeling van de nalatenschap jegens alle erfgenamen; [betrokkene 2] en [betrokkene 3] verschenen niet. De rechtbank stelde de boedelbeschrijving en verdeling vast. Verweerder stelde hoger beroep in, maar betrok uitsluitend eiseres daarin; [betrokkene 2] en [betrokkene 3] werden niet opgeroepen. Het hof vernietigde een deel van de vonnissen van de rechtbank, voor zover gewezen tussen verweerder en eiseres. Oordeel hof — Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigde een deel van het dictum van het eindvonnis van de rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende rechtsoverwegingen, voor zover d…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken