ECLI:NL:GHARL:2024:3597

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 mei 2024 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 mei 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:3597, zaaknummer 200.328.061, hoger beroep. Kernvraag — Zijn geïntimeerden door bevrijdende verjaring (art. 3:105 BW jo. art. 3:306 en 3:314 lid 2 BW) eigenaar geworden van een strook grond van circa 1,67 meter bij 0,35 meter, kadastraal behorend tot het perceel van appellanten, waarop een gedeelte van een houten schutting staat dat om een populier is gebouwd? Feiten — Partijen zijn buren aan de [adres1] te [plaats1]. Geïntimeerden wonen sinds 1991 op nummer 30; appellanten zijn sinds 2018 gevestigd op de westelijk gelegen nummers 32 en 34. In de tuin van geïntimeerden staat een circa 35 meter hoge populier met een stamdiameter van circa 125 cm. De stam is over de kadastrale erfgrens gegroeid; de houten schutting die als erfafscheiding dient, is ter plaatse met een hoek om de boom geplaatst en de stam steekt gedeeltelijk door de schutting heen over de oprit van appellanten. Geïntimeerden vorderden in reconventie bij de rechtbank veroordeling van appellanten tot medewerking aan eigendomsoverdracht van de strook grond, stellende dat zij of hun rechtsvoorganger(s) die strook al meer dan twintig jaar in bezit hebben. De rechtbank oordeelde na descente en getuigenverhoor dat geïntimeerden in dat bewijs waren geslaagd en veroordeelde appellanten dienovereenkomstig. Overwegingen — Het hof stelt in r.o. 4.5 het juridisch kader voorop: voor eigendomsverkrijging door bevrijdende verjaring moet vaststaa…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken