Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 8 november 2022 — Civiel recht
Instantie en datum — Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 november 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:9627, zaaknummer 200.301.826/01, hoger beroep. Kernvraag — Heeft A-Garage aan advocatenkantoor Bout een opdracht verleend voor werkzaamheden in verband met de verkoop van haar bedrijfspand, en zijn de daarvoor gezonden facturen (totaal circa € 52.000,-) toewijsbaar, of is sprake van excessief declareren? Feiten — Op 30 januari 2018 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen Bout en de heer [naam1], directeur van A-Garage, over de verkoop van het bedrijfspand aan de Friesestraatweg in Groningen. Bout bevestigde bij brief van 31 januari 2018 dat zij een nieuw dossier had aangelegd en afzonderlijk zou declareren. Op 21 maart 2018 deelde Bout het uurtarief mee van € 235,- exclusief BTW en 6% kantoorkosten, waarmee [naam1] zich akkoord verklaarde. Op 16 juli 2018 liet Bout weten circa 75 uren te hebben besteed en bereid te zijn met facturering te wachten tot na de verwachte verkooptransactie. De koopovereenkomst werd op 26 september 2018 getekend. Bout zond vervolgens twee facturen: factuur 20182822 d.d. 17 december 2018 voor € 39.120,80 en factuur 20191886 d.d. 9 september 2019 voor € 12.990,81. A-Garage betaalde € 30.000,-, waarvan Bout € 6.207,18 op de eerste factuur in mindering bracht. De rechtbank wees de vorderingen van Bout toe. Overwegingen — Het hof bespreekt vijf grieven aan de hand van drie thema's. Over het bestaan van de opdracht (r.o. 4.9–4.16) overweegt het hof dat de brieven v…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken