Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12 oktober 2021 — Civiel recht
Instantie en datum — Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 oktober 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:9563, zaaknummer 200.268.918/01, hoger beroep. Kernvraag — Kon de opdrachtgever de architectuurovereenkomst (waarop de DNR van toepassing is) 'met grond' opzeggen wegens toerekenbare tekortkomingen van de adviseur zonder voorafgaande ingebrekestelling, en welke financiële afrekening volgt daaruit op grond van artikel 37 DNR? Feiten — DENC heeft op basis van een offertebrief van 9 mei 2016 opdracht gekregen voor het ontwerpen van een villa in Bussum, tegen een honorarium van € 83.616,- inclusief btw. Op de overeenkomst is de DNR 2011 van toepassing. Het beschikbare bouwbudget van opdrachtgevers bedroeg € 1,35 miljoen, terwijl DENC de bouwkosten al in februari 2016 op € 2 miljoen raamde. Op 25 oktober 2017 heeft de advocaat van opdrachtgevers de overeenkomst opgezegd wegens vier gestelde toerekenbare tekortkomingen. Een aantal facturen van DENC is onbetaald gebleven. De rechtbank heeft DENC's vordering grotendeels afgewezen en voor recht verklaard dat opdrachtgevers het ontwerp mogen gebruiken. Overwegingen — Het hof stelt voorop dat de functie van een ingebrekestelling is om de schuldenaar een laatste termijn voor nakoming te geven en het tijdstip van verzuim te fixeren (r.o. 4.12). Een voorafgaande ingebrekestelling was bij deze opzegging niet vereist: het vereiste staat niet in artikel 27 noch in de definitie van 'toerekenbare tekortkoming' in artikel 1 DNR, en het doel van opzegging is…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken