ECLI:NL:HR:2019:1581

Hoge Raad 2019-10-11 — Civiel recht; Verbintenissenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad 11 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1581 (Fraanje/Alukon), zaaknummer 18/03216, cassatie. Kernvraag — Was de buitengerechtelijke ontbinding door hoofdaannemer Fraanje van de onderaannemingsovereenkomst met Alukon rechtsgeldig, in het bijzonder: (i) mochten eerdere, niet-fatale termijnen en sommaties meewegen bij de beoordeling of de nadien gestelde ingebrekestellingstermijnen redelijk waren, en (ii) kon het verzuim van Alukon zijn ingetreden op basis van haar reactie op de sommaties betreffende de verkeerde profielen? Feiten — Fraanje was hoofdaannemer bij Sportpunt Zeeland en had Alukon als onderaannemer ingeschakeld voor levering en montage van aluminium kozijnen en vliesgevels voor € 155.000,--. Na herhaalde correspondentie over vertraging (juli–september 2013) sommeerde Fraanje Alukon bij brief van 6 september 2013 en bij brief van 17 september 2013 de werkzaamheden binnen korte termijnen af te ronden. Bij brief van 24 september 2013 sommeerde Fraanje Alukon bovendien om binnen vijf dagen te verklaren dat zij de onjuist toegepaste (niet-Schüco) vliesgevelpuien zou vervangen en deze binnen drie weken zou herstellen. Op 2 oktober 2013 ontbond Fraanje de overeenkomst buitengerechtelijk. Alukon accepteerde de ontbinding niet en vorderde vergoeding van het positief contractsbelang. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat de eerdere niet-fatale termijnen en niet-deugdelijke sommaties geen ingebrekestellende kracht hadden en daardoor niet konden leiden t…