Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 september 2014 — Civiel recht
Instantie en datum — Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (locatie Leeuwarden), 9 september 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:6967, zaaknummer 200.116.313-01, hoger beroep. Kernvraag — Is tussen partijen een aannemingsovereenkomst tot stand gekomen, en zo ja, welke vergoeding heeft de aannemer recht op na opzegging door de opdrachtgever? Feiten — Appellante (aannemer) heeft offerte(s) uitgebracht aan geïntimeerde (opdrachtgever) voor de verbouwing van een bedrijfspand. Op 27 januari 2010 vond een bespreking plaats in een Van der Valk-motel, waarna de aannemer een opdrachtbevestiging d.d. 29 januari 2010 stuurde. Op 31 januari 2010 berichtte de opdrachtgever per sms dat de aanvangsdatum werd uitgesteld; op 2 februari 2010 deelde hij mee dat hij de opdracht aan een andere aannemer gunde. In eerste aanleg werd aan de aannemer een bedrag van € 2.500,- toegewezen. Bij tussenarrest van 24 december 2013 droeg het hof de aannemer op te bewijzen dat op of omstreeks 27 januari 2010 een overeenkomst tot stand was gekomen; contra-enquête bleef aan de zijde van de opdrachtgever achterwege. Overwegingen — In r.o. 2.6 stelt het hof vast dat de directeur van de aannemer als getuige heeft verklaard dat de opdrachtgever nooit een voorbehoud heeft gemaakt ten aanzien van de totstandkoming van de overeenkomst en nooit heeft gesproken over concurrerende aanbieders. Nu het verweer van de opdrachtgever er juist op was gegrond dat hij steeds had aangegeven dat er sprake was van "offreren in concurrentie", had hij…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken