ECLI:NL:GHAMS:2024:3204

Gerechtshof Amsterdam 19 november 2024 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Gerechtshof Amsterdam, 19 november 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:3204, zaaknummer 200.325.630/01, hoger beroep. Kernvraag — Is de VvE aansprakelijk jegens haar lid MCK voor schade in de vorm van huurderving als gevolg van lekkages in de gemeenschappelijke delen, op grond van artikel 6:174 BW (risicoaansprakelijkheid bezitter) dan wel artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad)? Feiten — MCK is eigenaar van appartementsrechten en lid van de VvE. Vanaf 2017 hebben zich lekkages voorgedaan in de kelderbergingen van MCK, afkomstig van gemeenschappelijke leidingen. MCK heeft de appartementsrechten wisselend verhuurd en stelt huurderving te hebben geleden. Zij heeft een betalingsachterstand laten ontstaan van € 13.071,29 aan extra eenmalige bijdragen aan de VvE over de periode november 2020 tot en met september 2022. In eerste aanleg zijn de vorderingen van de VvE in conventie volledig toegewezen en de schadevergoedingsvordering van MCK in reconventie van € 400.000,- afgewezen. Overwegingen — In incidenteel hoger beroep betoogt de VvE dat niet zij maar de gezamenlijke appartementseigenaars bezitter zijn van het gebouw in de zin van artikel 6:174 BW. Het hof honoreert dit betoog (r.o. 4.3): het bezit van de gemeenschappelijke gedeelten berust bij de gezamenlijke eigenaars (waaronder ook MCK zelf) en niet bij de VvE. Nu de gezamenlijke eigenaars geen partij zijn in deze procedure, kan de vordering niet op artikel 6:174 BW worden gegrond. Dit leidt niet tot vernietiging van…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken