Gerechtshof Amsterdam 20 december 2022 — Civiel recht
Instantie en datum — Gerechtshof Amsterdam, 20 december 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3607, zaaknummer 200.302.883/01, hoger beroep. Kernvraag — Heeft een langdurig zieke werknemer die in zijn derde ziektejaar opgespaarde vakantiedagen opneemt, recht op uitbetaling daarvan tegen zijn reguliere (volledige) salaris, en moet de WGA-uitkering die hij in die periode ontving daarop in mindering worden gebracht? Feiten — [geïntimeerde] is sinds 1999 in dienst bij ING en is op 5 februari 2016 arbeidsongeschikt geraakt. Vanaf 2018 ontvangt hij een WGA-uitkering (arbeidsongeschiktheidspercentage 80-100%); ING vult dit aan tot 75% van het reguliere salaris. In juni 2019 heeft [geïntimeerde] — weloverwogen en met juridische bijstand — verzocht zijn opgespaarde vakantiesaldo van 487,17 uur op te nemen. ING weigerde uitbetaling van die uren tegen het reguliere, volledige salaris. De kantonrechter heeft de gevorderde hoofdsom van € 12.179,25 bruto toegewezen op grond van art. 7:641 BW (uitbetaling bij einde dienstverband). De arbeidsovereenkomst is in de zomer van 2022 geëindigd. Overwegingen — Het hof stelt in r.o. 3.6 vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de 487,17 vakantie-uren in 2019 daadwerkelijk zijn opgenomen. Hierop heeft het verbod op uitbetaling van vakantiedagen tijdens het dienstverband dan ook geen betrekking. In r.o. 3.7 baseert het hof de loonaanspraak op rechtspraak van het Hof van Justitie EU (arresten van 13 december 2018, ECLI:EU:2018:1018, en 9 december 2021, ECLI…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken