Gerechtshof Amsterdam 22 juni 2021 — Civiel recht
Instantie en datum — Gerechtshof Amsterdam, 22 juni 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1883, zaaknummer 200.269.493/01, hoger beroep. Kernvraag — Rechtvaardigt langdurige onderverhuur van een sociale huurwoning zonder toestemming van de verhuurder de ontbinding van de huurovereenkomst, en kunnen de kosten van een rechercheonderzoek ter vaststelling van die tekortkoming integraal worden teruggevorderd? Feiten — Appellant huurde sinds 1 december 1991 een woning van CHB (rechtsopvolgster van de oorspronkelijke verhuurder). De huurovereenkomst verbood onderverhuur zonder voorafgaande schriftelijke toestemming. Nadat CHB in 2016 poststukken op naam van derden in het gemeenschappelijke trappenhuis aantrof, schakel zij recherchebureau [naam recherchebureau] in. Uit het onderzoeksrapport van 30 november 2018 bleek dat appellant vanaf het najaar van 2016 een kamer had onderverhuurd aan een derde voor € 650,- per maand en gedurende vier aaneengesloten maanden (tot november 2018) de gehele woning had onderverhuurd voor € 1.300,- per maand. Appellant verbleef in die laatste periode bij zijn benedenbuurvrouw. De kantonrechter wees ontbinding en ontruiming toe en veroordeelde appellant tot winstafdracht van € 5.200,- en (gematigd) € 500,- aan onderzoekskosten. Overwegingen — Het hof verwerpt in r.o. 3.7 het beroep van appellant op de klachtplicht van art. 6:89 BW. Die bepaling heeft geen betrekking op situaties waarin sprake is van het schenden van een verplichting tot een nalaten, maar op het geva…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken