Raad van State 2024-08-30 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Instantie en datum — Raad van State (Afdeling bestuursrechtspraak, voorzieningenrechter), 30 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3552, zaaknummers 202405251/1/V2 en 202405251/2/V2. Procedure: voorlopige voorziening en bodemzaak (art. 92 Vw 2000). Kernvraag — Of de asielaanvraag van de vreemdeling terecht buiten behandeling is gesteld op grond van de Dublin-verordening, met als bijzonder aandachtspunt of de opvangvoorzieningen in Frankrijk voor Dublinclaimanten aan overdracht in de weg staan. Feiten — De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 19 juli 2024 de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling genomen omdat Frankrijk als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen. De rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, verklaarde het beroep op 13 augustus 2024 ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening; ter onderbouwing beriep zij zich op het AIDA-rapport "Country Report: France 2023 Update". Overwegingen — De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen aanleiding geeft tot vernietiging van de rechtbankuitspraak (r.o. 1). De rechtsvraag over de opvangvoorzieningen in Frankrijk voor Dublinclaimanten is eerder beantwoord in de uitspraak van 2 mei 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:1863). Het door de vreemdeling aangehaalde AIDA-rapport "Country Report: France 2023 Update" schetst geen wezenlijk ander beeld van de situatie in Frankrijk voor Dublinclaimanten dan de landeninformatie die al bij de uitspraak van 2 mei 2024 is betro…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken