ECLI:NL:RVS:2024:2842

Raad van State 2024-07-15 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 15 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2842, zaaknummer BRS.24.000235, hoger beroep. Kernvraag — Of de inbewaringstelling van de vreemdeling rechtmatig is en de rechtbank het beroep daartegen terecht ongegrond heeft verklaard. Feiten — Bij besluit van 15 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. De rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, heeft het beroep van de vreemdeling daartegen bij uitspraak van 13 juni 2024 ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld. Overwegingen — De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de aangevallen uitspraak. De rechtbank is terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen; de Afdeling neemt de motivering onder rechtsoverwegingen 1 en 8.1 van de rechtbankuitspraak over. Verdere motivering blijft achterwege omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (art. 91 lid 2 Vw 2000). Ambtshalve ziet de Afdeling evenmin reden de bewaring onrechtmatig te achten. Beslissing — Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken