ECLI:NL:RVS:2023:3033

Raad van State 2023-08-08 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 8 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3033, zaaknummer 202304377/1/V3, hoger beroep. Kernvraag — Is de inbewaringstelling van de vreemdeling rechtmatig, in het bijzonder of er zicht op uitzetting binnen redelijke termijn naar Marokko bestaat? Feiten — De staatssecretaris heeft de vreemdeling op 13 juni 2023 in bewaring gesteld. De rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, heeft het daartegen gerichte beroep op 4 juli 2023 ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld. Overwegingen — De Afdeling oordeelt met toepassing van art. 91 lid 2 Vw 2000 dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, zodat het oordeel niet verder wordt gemotiveerd (r.o. 1). De rechtsvraag over zicht op uitzetting binnen redelijke termijn naar Marokko is eerder beantwoord in de uitspraak van 14 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3269; het hoger beroep biedt geen reden in dit geval anders te oordelen (r.o. 1.1). Ambtshalve toetsend ziet de Afdeling voorts geen reden de bewaring onrechtmatig te achten (r.o. 2). Beslissing — Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken