ECLI:NL:RVS:2023:2829

Raad van State 2023-07-26 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 26 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2829, zaaknummer 201904771/2/V3, hoger beroep (na prejudiciële verwijzing naar HvJ EU). Kernvraag — Is de bestuursrechter in bewaringszaken verplicht de voorwaarden voor een rechtmatige bewaring ambtshalve te toetsen, ook als de vreemdeling de rechtmatigheid van een of meer van die voorwaarden niet heeft betwist? Zo ja, wat is de reikwijdte en motiveringsplicht van die ambtshalve toets? Feiten — De staatssecretaris stelde de vreemdeling op 5 juni 2019 in bewaring ter veiligstelling van zijn Dublinoverdracht aan Italië (art. 59a lid 1 Vw 2000). De rechtbank verklaarde het beroep gegrond omdat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend aan de overdracht had gewerkt, hoewel de vreemdeling dat punt niet als beroepsgrond had aangevoerd. De staatssecretaris stelde hoger beroep in en klaagde dat de rechtbank buiten de omvang van het geschil was getreden (art. 8:69 lid 1 Awb). De Afdeling stelde prejudiciële vragen aan het HvJ EU; bij arrest van 8 november 2022 (C, B en X, ECLI:EU:C:2022:858) beantwoordde het Hof deze. Overwegingen — De Afdeling geeft in deze uitspraak een zaaksoverstijgende motivering over de ambtshalve toets in bewaringszaken. Verhouding tot het Nederlandse procesrechtelijke stelsel (r.o. 5–5.2) Art. 8:69 lid 1 Awb beperkt de bestuursrechter tot de ingediende beroepsgronden, maar kwesties van openbare orde worden ambtshalve getoetst buiten die omvang. De Afdeli…