ECLI:NL:RVS:2021:464

Raad van State 2021-02-25 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 25 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:464, zaaknummer 202005564/1/V1, hoger beroep. Kernvraag — Kan de staatssecretaris in een Dublinprocedure ten aanzien van Italië uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, ook bij een bijzonder kwetsbare vreemdeling met een suïciderisico, en moet hij de vreemdeling in de gelegenheid stellen aangifte te doen van mensenhandel alvorens over te dragen? Feiten — De staatssecretaris heeft de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling genomen wegens verantwoordelijkheid van Italië (Dublin). De vreemdeling is een bijzonder kwetsbare persoon; zijn behandelaars hebben in een brief van 29 september 2020 gewaarschuwd dat bij wegvallen van vertrouwde steunende contacten de kans groot is dat hij zijn leven zal beëindigen, ook na een eerste crisisinterventie in Italië. Voorts heeft de vreemdeling tijdens het aanmeldgehoor verklaard slachtoffer van mensenhandel te zijn. De rechtbank vernietigde het besluit en oordeelde dat de staatssecretaris het suïciderisico ten onrechte niet had voorgelegd aan het Bureau Medische Advisering. Overwegingen — In r.o. 1 oordeelt de Afdeling, onder verwijzing naar haar eerdere uitspraken van 15 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:92), 24 december 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:4458), 18 februari 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:479) en 8 april 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:986), dat de staatssecretaris ook bij bijzonder kwetsbare vreemdelingen ten aanzien van Italië ter…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken