ECLI:NL:RVS:2021:374

Raad van State 2021-02-24 — Bestuursrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 24 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:374, zaaknummer 202003640/1/A2, tussenuitspraak bestuurlijke lus. Kernvraag — Heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) het wettelijk bewijsvermoeden van art. 6:177a lid 1 BW correct toegepast bij de afwijzing van een deel van de schadeclaims, en mocht het daarbij het adviesrapport van de ingeschakelde deskundige aan de besluitvorming ten grondslag leggen? Feiten — Appellant is eigenaar van een woning uit 1900 boven het Groningenveld en meldde in 2018 scheuren als gevolg van mijnbouwactiviteiten. Na drie deskundigenrapporten erkende het IMG bij beslissing op bezwaar (14 augustus 2019) schades ter waarde van € 6.413,43 (inclusief wettelijke rente). Voor de overige schades achtte het IMG het bewijsvermoeden weerlegd. De rechtbank verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond en stelde de vergoeding vast op € 6.672,74 door alsnog een bedrag van € 383,77 voor schade 29 toe te kennen. In hoger beroep legde appellant een tegenrapport van deskundige Vrieling over, dat de herstelkosten berekende op € 30.205,70 en voor tien schadeposten betwistte dat het bewijsvermoeden was weerlegd. Overwegingen — De Afdeling oordeelt over de onpartijdigheid van de deskundige Lubbers (r.o. 49-56): een onafhankelijk adviseur mag geen deel uitmaken van het bestuursorgaan en mag geen persoonlijk belang hebben. Het IMG vergewist zich van de onpartijdigheid via een disclosure statement aan de hand…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken