Hoge Raad 2010-03-26 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 26 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0539, zaaknummer 08/04179, cassatie. Kernvraag — Op welke grond mag de rechter bij de schadebegroting afwijken van de vergelijkingsmethode (werkelijke toestand versus hypothetische toestand zonder schadeveroorzakend feit), en vormt de onwetendheid van de benadeelde omtrent het gebrek daarvoor een toereikende grond? Feiten — Verweerder schakelde eiseres (makelaar) in bij de verkoop van een onroerende zaak. De makelaar deelde potentiële kopers ([betrokkene] c.s.) mee dat de gemeente zeker zou meewerken aan herbouw van een woonhuis met een bepaald volume, maar die mededeling was onjuist: de agrarische bestemming stond hooguit een veel kleinere woning toe. [Betrokkene] c.s. kochten het object voor ƒ 1.650.000,-- en vernietigden de koopovereenkomst nadien buitengerechtelijk wegens dwaling; in rechte slaagde hun reconventioneel beroep op dwaling. Verweerder verkocht het object vervolgens in 2000 voor ƒ 1.500.000,-- aan een derde, waarbij meer grond (12.000 m²) was begrepen. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat eiseres aansprakelijk was en rekende tot de te vergoeden schade het verschil tussen de door [betrokkene] c.s. bedongen koopprijs (ƒ 1.650.000,--) en de later ontvangen prijs. Het hof verwierp het betoog van eiseres dat [betrokkene] c.s. het object niet zouden hebben gekocht, althans niet voor dat bedrag, als zij juist waren voorgelicht, op de grond dat niet gesteld noch gebleken was dat verweerder zelf wist dat…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken