Hoge Raad 2019-07-19 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1278, zaaknummer 18/04298, prejudiciële beslissing. Kernvraag — De vragen betreffen de grondslagen en omvang van aansprakelijkheid van NAM, EBN, de Maatschap en de Staat voor schade als gevolg van door gaswinning veroorzaakte aardbevingen boven het Groningenveld, alsmede de strekking van het bewijsvermoeden van art. 6:177a BW en de voor vergoeding in aanmerking komende schadeposten. Feiten — Sinds de jaren zestig wordt gas gewonnen uit het Groningenveld op grond van een concessie verleend aan NAM. NAM en EBN (enig aandeelhouder: de Staat) vormen de Maatschap Groningen, die het beleid voert en het economisch belang draagt bij de gaswinning in een verhouding 60:40. De gaswinning veroorzaakt bodemdaling en aardbevingen die in frequentie en zwaarte zijn toegenomen. Na de aardbeving bij Huizinge op 27 augustus 2012 (3,6 op de schaal van Richter) rapporteerde SodM in januari 2013 dat er een directe relatie bestaat tussen het productieniveau en het aantal en de sterkte van de aardbevingen. Eisers zijn eigenaar van een woning boven het Groningenveld, hebben schade wegens scheurvorming gemeld en ondervinden waardedaling van hun woning. Overwegingen Vraag 1 – verband grond voor aansprakelijkheid en omvang schadevergoeding (r.o. 2.4.2–2.4.6) Aan art. 6:177 BW ligt de gedachte ten grondslag dat gaswinning een bron van verhoogd gevaar vormt en dat de ondernemer die profijt trekt van de activiteit het risico op schade voor derd…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken