ECLI:NL:RVS:2025:3690

Raad van State 2025-08-06 — Bestuursrecht

Samenvatting

Samenvatting uitspraak 202305028/1/A2 (6 augustus 2025) Kernvraag / het geschil Appellanten ([appellant A] en [appellant B]) uit Utrecht verzoeken om tegemoetkoming in planschade bij het college van B&W van Utrecht. Het college wees deze aanvraag af; rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep ongegrond. Appellanten stellen hoger beroep in. Bijzonder karakter van de uitspraak De Afdeling Bestuursrechtspraak benut deze zaak primair als aanleiding voor een geactualiseerd overzicht van haar rechtspraak over planschadevergoeding (afdeling 6.1 Wro). Het vorige overzicht dateerde van 28 september 2016. Nu de Wro per 1 januari 2024 is ingetrokken en de Omgevingswet geldt, blijft het oude planschaderecht via overgangsrecht (Invoeringswet Omgevingsrecht) nog jaren relevant. Overwegingen – kernpunten uit het overzicht De uitspraak behandelt systematisch: Bevoegdheid: welk bestuursorgaan beslist, afhankelijk van de gestelde schadeoorzaak Limitatieve schadeoorzaken (art. 6.1 lid 2 Wro): vergunningsvrij bouwen valt hier niet onder Planologische vergelijking: uitgangspunt zijn planologische mogelijkheden, niet de feitelijke situatie; slechts bij aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid van niet-realisering kan hiervan worden afgeweken Directe vs. indirecte planschade: bij indirecte planschade geldt de meest ongunstige invulling voor de aanvrager; per schadefactor consistent toe te passen Schade en tegemoetkoming: beoordeling van risicoaanvaarding, normaal maatschappelijk risico en…