ECLI:NL:RVS:2019:1861

Raad van State 2019-06-12 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, 12 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1861, zaaknummer 201809552/1/V3, hoger beroep. Kernvraag — Kan de staatssecretaris bij de overdracht van een zwangere Dublinclaimante aan Italië nog steeds uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, in het bijzonder voor gezinnen of ouders met minderjarige kinderen, na inwerkingtreding van het Italiaanse wetsdecreet nr. 113/2018 van 24 september 2018? Feiten — De staatssecretaris heeft de asielaanvraag van de vreemdeling (zwanger, uitrekendatum 8 mei 2019) niet in behandeling genomen op grond van art. 18 lid 1 aanhef en onder b van de Dublinverordening, omdat Italië verantwoordelijk is. De vreemdeling betoogt dat zij door het Italiaanse wetsdecreet geen adequate opvang tijdens en na haar zwangerschap zal krijgen en daardoor een reëel risico loopt op een met art. 3 EVRM strijdige behandeling. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, omdat de staatssecretaris zonder nader onderzoek naar adequate opvang niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel had mogen uitgaan. Overwegingen — De Afdeling stelt voorop dat zij in haar uitspraak van 19 december 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:4131) al heeft geoordeeld dat het wetsdecreet er niet toe leidt dat Dublinclaimanten in het geheel geen opvang meer ontvangen, zodat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië in stand blijft. Die uitspraak zag echter niet op gezinnen of ouders met mi…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken