ECLI:NL:RVS:2018:4131

Raad van State 2018-12-19 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Raad van State (Afdeling bestuursrechtspraak), 19 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4131, zaaknummer 201808522/1/V3, hoger beroep. Kernvraag — Kan de staatssecretaris na de inwerkingtreding van het Italiaanse wetsdecreet van 24 september 2018 (beperking toegang SPRAR-locaties) ten aanzien van Italië nog van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaan bij overdracht van Dublinclaimanten, en dient hij het asielverzoek ingevolge artikel 17 van de Dublinverordening aan zich te trekken wegens bijzondere individuele omstandigheden? Feiten — De staatssecretaris heeft de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling genomen omdat Italië krachtens de Dublinverordening verantwoordelijk is. De vreemdeling heeft psychische klachten en een zus in Nederland. De Italiaanse autoriteiten vaardigden op 24 september 2018 een wetsdecreet uit dat de toegang tot SPRAR-locaties (tweedelijns opvang) beperkt tot personen met internationale bescherming en niet-begeleide minderjarigen; dit decreet werd op 27 november 2018 definitief bekrachtigd. De rechtbank vernietigde het besluit van de staatssecretaris, omdat hij onvoldoende had gemotiveerd welke gevolgen de beperking van SPRAR-opvang voor de overige (CAS-)opvanglocaties zou hebben, mede gelet op de kwetsbaarheid van de vreemdeling. Overwegingen — De Afdeling stelt voorop dat zij in uitspraken van 10 en 11 oktober 2018 reeds had geoordeeld dat de staatssecretaris ten aanzien van Italië terecht van het interstatelijk ver…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken