ECLI:NL:RBROT:2014:4499

Rechtbank Rotterdam 2014-04-02 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Rechtbank Rotterdam, 2 april 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:4499, zaaknummer C/10/419424 / HA ZA 13-231, eerste aanleg enkelvoudig. Kernvraag — Heeft ABN AMRO haar zorgplicht geschonden door eiser in 1999, bij de vervroegde aflossing van de hypothecaire geldlening, niet te informeren over de gevolgen van die aflossing voor de winstopbouw onder de daarmee gekoppelde hypotheekaflossingsverzekering? Feiten — Eiser sloot in 1988 bij Nieuw Rotterdam Leven N.V. een hypotheekaflossingsverzekering met een looptijd van 25 jaar, gekoppeld aan een hypothecaire geldlening bij ABN AMRO van fl. 205.000,-. De kern van het product was dat het standaardrendement van 4% werd verhoogd tot het geldende hypotheekrentepercentage minus één procent. In 1999 loste eiser de hypotheek vervroegd af en sloot hij een nieuwe lening bij SNS Bank; de verzekering bleef doorlopen. ABN AMRO informeerde eiser niet voorafgaand aan de aflossing over de gevolgen voor de winstopbouw. Pas bij brief van 16 juli 2010 deelde ABN AMRO rechtstreeks aan eiser mee dat de verzekering na de aflossing niet langer op "hoger rendement"-basis kon worden voortgezet en nog slechts het gegarandeerde rendement van 4% kende. Overwegingen — De rechtbank verwerpt het beroep van ABN AMRO op niet-tijdige klacht en verjaring (r.o. 5.1). Het polisblad vermeldt als uitkeringsdatum 31 augustus 2013, zodat de vordering pas op die datum opeisbaar werd; eiser klaagde bovendien gedurende de looptijd en dus niet te laat. Ten gronde…