Rechtbank Oost-Brabant 2026-06-03 — Civiel recht
Instantie en datum — Rechtbank Oost-Brabant, 3 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:3777, C/01/415905 / HA ZA 25-347, bodemzaak eerste aanleg enkelvoudig. Kernvraag — Kunnen de (indirect) bestuurder van een vennootschap en de tussenhoudster hoofdelijk aansprakelijk worden gehouden op grond van bestuurdersaansprakelijkheid/onrechtmatige daad wegens (i) het te laat melden van een aansprakelijkstelling bij de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar en (ii) het aanwenden van de vervolgens ontvangen verzekeringsuitkering voor aflossing van een rekening-courantschuld aan de bestuurder in plaats van betaling aan de gedupeerde schuldeiser? Feiten — Monkeysee B.V. heeft als hypotheek- en assurantietussenpersoon een beroepsfout gemaakt bij de financieringsaanvraag van eiser, waardoor eiser door de verkoper een contractuele boete van € 35.900,- moest betalen. In een vrijwaringsprocedure is Monkeysee bij verstekvonnis van 22 juni 2022 veroordeeld tot betaling van die boete; dit vonnis is na verzet en hoger beroep in stand gebleven bij arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 februari 2025. Eiser had Monkeysee al bij brief van 9 oktober 2020 aansprakelijk gesteld en haar herhaaldelijk (tenminste vier keer) verzocht de schade bij de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar te melden. Monkeysee deed die melding pas op 3 augustus 2022. De verzekeraar weigerde aanvankelijk dekking wegens de te late melding en sloot uitsluitend een schikking voor € 34.650,-. Dit bedrag werd niet aan eiser betaald…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken