Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2011 — Civiel recht; Personen- en familierecht
Instantie en datum — Parket bij de Hoge Raad, 11 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP4805, zaaknummer 10/02917 (conclusie A-G Wesseling-van Gent). Kernvraag — Kunnen in een nalatenschapsprocedure een bevel tot boedelbeschrijving ex art. 672 Rv en een afwijzing van het verzoek tot ontslag van de executeur-testamentair worden aangemerkt als een tussenbeschikking, zodat pas later hoger beroep openstaat? En staat gezag van gewijsde in de weg aan een hernieuwd verzoek tot ontslag van de executeur in een tweede procedure? Feiten — Verzoekster is één van de erfgenamen van haar in 2007 overleden moeder. Haar zuster is benoemd tot executeur-testamentair met afwikkelingsbewind; de notaris die het testament verleden heeft, is ook boedelnotaris. Verzoekster heeft achtereenvolgens twee procedures bij de kantonrechter Amsterdam gevoerd: de eerste (2007) betrof een verzoek tot boedelbeschrijving ex art. 672 Rv en ontslag van de executeur; de kantonrechter beval de boedelbeschrijving en wees het ontslag af bij beschikking van 21 januari 2008. De tweede procedure (2008) betrof opnieuw ontslag van de executeur en notaris, alsmede verstrekking van informatie/exhibitie van stukken. Bij beschikking van 11 juni 2009 werd verzoekster grotendeels niet-ontvankelijk verklaard wegens gezag van gewijsde van de eerste beschikking. Het hof Amsterdam verklaarde verzoekster vervolgens niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de beschikking van 21 januari 2008 (te laat ingesteld) en bekrachtigde de beschi…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken