Hoge Raad 2014-01-17 — Civiel recht; Personen- en familierecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 17 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:91, zaaknummer 13/02989, cassatie. Kernvraag — Mag de rechter de niet met het gezag belaste ouder het recht op omgang ontzeggen omdat de met het gezag belaste ouder stelselmatig weigert medewerking te verlenen aan een omgangsregeling, zonder zelf eerst alle redelijkerwijs mogelijke maatregelen te hebben getroffen om die medewerking af te dwingen? Feiten — Uit de relatie van partijen is in 2008 een kind geboren; de vader heeft het kind erkend maar heeft slechts negen weken omgang gehad, waarna contact is gestopt. Jarenlange pogingen om omgang tot stand te brengen zijn door de houding van de moeder gestrand. De Raad voor de Kinderbescherming concludeerde dat er geen contra-indicaties zijn voor omgang en adviseerde begeleide opbouw via het Omgangshuis, maar de moeder beëindigde ook die begeleiding eenzijdig en stelde het Omgangshuis aansprakelijk voor de risico's van de omgang. Oordeel hof — Het hof oordeelde in de tussenbeschikking dat de weigering van de moeder niet door objectieve gegevens wordt ondersteund en dat op korte termijn een omgangsregeling tot stand moest komen, versterkt met een dwangsom. In de eindbeschikking bekrachtigde het hof desondanks de afwijzing van de omgangsregeling, omdat het kind de vader niet kent, geen band met hem heeft en niet aan hem is gehecht, en begeleide omgang ook in hoger beroep niet op gang is gekomen. Overwegingen — In r.o. 3.3 stelt de Hoge Raad voorop dat het kind en de n…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken