Hoge Raad 2008-04-25 — Civiel recht; Personen- en familierecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5901, zaaknummer 07/13231HR, cassatie. Kernvraag — Dient de rechter bij de beoordeling van een verzoek op grond van art. 1:253a BW tot het verlenen van vervangende toestemming voor verhuizing naar het buitenland uitsluitend het belang van het kind te toetsen, of dienen ook andere belangen — waaronder die van de verzoekende ouder en de overige gezinsleden — in de afweging te worden betrokken? Feiten — De moeder verzocht de rechtbank 's-Hertogenbosch op grond van art. 1:253a BW vervangende toestemming om zich samen met de twee minderjarige kinderen in Zwitserland te vestigen. Zij was hertrouwd met een in Zwitserland wonende man en was zwanger. Rechtbank en hof wezen het verzoek af omdat de verhuizing niet in het belang van de kinderen werd geacht, waarbij het hof in het bijzonder wees op de relatief jonge leeftijd van de kinderen, de meer dan gemiddeld frequente contacten met de vader en de niet-optimale communicatie tussen de ouders. Oordeel hof — Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en hanteerde als maatstaf uitsluitend of de verhuizing naar Zwitserland in het belang van de kinderen was. Het hof betrok het nieuwe huwelijk van de moeder, haar zwangerschap en de gevolgen van die omstandigheden voor de gezinssituatie niet in zijn afweging. Overwegingen — De Hoge Raad stelt in r.o. 3.3 voorop dat uit de formulering van art. 1:253a BW — dat de rechtbank zodanige beslissing neemt als haar in het belan…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken