ECLI:NL:HR:2014:3533

Hoge Raad 2014-12-05 — Civiel recht; Personen- en familierecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3533, zaaknummer 14/04417, cassatie in het belang der wet. Kernvraag — Leent art. 223 Rv zich voor overeenkomstige toepassing in de verzoekschriftprocedure, zodat ook daarin een incidenteel verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening voor de duur van het geding mogelijk is? Feiten — De man was bij beschikking veroordeeld tot betaling van kinderalimentatie. Hij verzocht de rechtbank wijziging van die beschikking; de rechtbank wees dit verzoek af. In hoger beroep verzocht de man op de voet van art. 223 Rv bij wege van voorlopige voorziening schorsing van de oorspronkelijke beschikking. Oordeel hof — Het hof wees het verzoek af. Nu art. 223 Rv uitsluitend voor de dagvaardingsprocedure is geschreven en een vergelijkbare bepaling voor de verzoekschriftprocedure ontbreekt, moet daaruit worden afgeleid dat de wetgever een voorlopige voorziening in de verzoekschriftprocedure niet heeft bedoeld. Overwegingen — In r.o. 3.4 verwerpt de Hoge Raad dit oordeel. Noch de wet noch de aard van de verzoekschriftprocedure zoals geregeld in art. 261 e.v. Rv verzet zich tegen overeenkomstige toepassing van art. 223 Rv. Dat de wetgever voorlopige voorzieningen in verzoekschriftprocedures slechts uitdrukkelijk heeft geregeld voor echtscheiding en scheiding van tafel en bed (art. 821-826 Rv), biedt geen aanwijzing dat hij de mogelijkheid daarbuiten heeft willen uitsluiten. Ook in andere verzoekschriftprocedures kan derhalve…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken