Hoge Raad 2015-03-20 — Civiel recht; Personen- en familierecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:688, zaaknummer 14/04367, cassatie (incidenteel verzoek uitvoerbaarverklaring bij voorraad). Kernvraag — Kan een veroordeling tot betaling van een gebruiksvergoeding voor de voormalige echtelijke woning, die het hof niet uitvoerbaar bij voorraad heeft verklaard, in cassatie alsnog uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard? Welke maatstaf geldt daarbij? Feiten — Partijen zijn ex-echtgenoten. De rechtbank bepaalde dat de man de voormalige echtelijke woning gedurende zes maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking mocht blijven bewonen, zonder gebruiksvergoeding. Het hof veroordeelde de man alsnog tot betaling van € 2.000,- per maand aan gebruiksvergoeding met ingang van 22 mei 2013 (de datum van ontbinding van het huwelijk), maar verklaarde zijn beschikking niet uitvoerbaar bij voorraad. De vrouw verzoekt in cassatie de veroordeling alsnog uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Overwegingen — In r.o. 3.3.1 formuleert de Hoge Raad de maatstaf die geldt wanneer in een hogerberoeps- of cassatieprocedure wordt verzocht een eerdere beslissing alsnog uitvoerbaar bij voorraad te verklaren: Kernoverweging: > (i) De eiser of verzoeker in het incident zal belang moeten hebben bij de door hem gevorderde of verzochte uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Indien de beslissing de veroordeling tot betaling van een geldsom betreft, is dat belang in beginsel gegeven. (ii) Bij de beoordeling moeten de belangen van partije…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken